Kwekerij
Kwekerij
Vanaf begin 2001 is Michel Vleugels begonnen met het opzetten van een kwekerij binnen het geheel van de Priona Tuinen. Het is de bedoeling dat de kwekerij het merendeel van de bijzondere vaste planten, wilde planten en klimplanten die in de tuinen voorkomen als vast sortiment gaat voeren. Daarnaast zal de komende jaren een geheel nieuw sortiment worden opgebouwd van allerlei wilde planten uit de gehele wereld, die in principe pas te koop zullen worden aangeboden wanneer ze hun bruikbaarheid als tuinplant hebben bewezen en duidelijk iets toevoegen aan het bestaande sortiment.
Dat is nogal ambitieus, maar Michel heeft de tijd en Rome is ook niet in een dag gebouwd! De Priona Tuinen staan uiteraard ter beschikking als experimenteerterrein.
Onderaan deze pagina is een catalogus opgenomen, waarin wordt vermeld welke planten op dit moment in voorraad zijn. Daar zijn nogal wat ongebruikelijke planten bij, waarvan het te ver zou voeren ze allemaal in detail te beschrijven. In de tuin zijn ze echter allemaal te zien.
Van een klein aantal bijzondere planten dat elders niet of nauwelijks te koop is, is hieronder een beschrijving opgenomen.
* Verkoop van planten vindt uitsluitend plaats in de tuin. Planten worden niet per post verstuurd.
DISTELS

Daar is in de eerste plaats een onberedeneerde distelhobby. Weinig commercieel, want moeilijk verkoopbaar. Maar toch, lees eens hoe leuk:  een beetje commercieel zijn wel de niet-stekende Cirsium-soorten (Vederdistel). Het geslacht Cirsium telt een groot aantal soorten, waaronder de even gruwelijk gestekelde  als mooie Cirsium spinosissimum en de gruwelijk woekerende akkerdistel (Cirsium arvense). Maar die horen (gelukkig!) niet tot de hobby. Daar horen wel de volgende, niet of nauwelijks gestekelde soorten bij, die allemaal het best gedijen op enigszins zure, vochthoudende grond: de zeer bekende, buitengewoon trendy, steriele Cirsium rivulare 'Atropurpureum' met purperrode bloemen in mei-juni en later in de zomer nog een keer aan stelen van ca. 1.25m. Erg mooi, maar kortlevend. De plant moet elke twee jaar wel worden opgenomen en gescheurd om een beetje toonbaar te blijven. Mondjesmaat te koop (maar zo trendy, dat u hem elders ook wel kunt kopen). Een veel langer leven is zijn wilde ouder Cirsium rivulare beschoren, met even grote bloemen die maar nauwelijks minder 'atropurpureum' zijn; hoger (tot1.50m.), maar nooit omvallend, en niet steriel, dus zich uitbreidend d.m.v. zaailingen, zodat er een heel veldje van ontstaat (en zo hoort het ook!). Ruimschoots aanwezig (nergens anders te koop!), afkomstig van zaad verzameld in de Pyreneeen.
Wat grover van blad en met grote purperen bloemen uitgedost is Cirsium heterophyllum, een soort die wel her en der wordt aangeboden, maar dan meestal zonder commentaar. Dat commentaar krijgt u er hier wel bij: hevig woekerend en absoluut niet geschikt voor een normale tuin, maar wel (o! verrassing!) voor de bloemenwei, die u ondanks maaien volgens het boekje maar niet fatsoenlijk aan het bloeien krijgt. Plant deze distel erin en de weide bloeit wel, en wonder boven wonder laat de plant daar volop ruimte over voor andere weideplanten (wat hij in een gewone border niet doet!). Op verzoek en uitsluitend voor dit doel te koop.
Tenslotte (voorlopig!) de zacht okergeel bloeiende Cirsium erisithales, die in tegenstelling tot zijn verwanten het best gedijt op droge, kalkhoudende grond. Grote, hangende bloemen en veerspletig ingesneden blad, ca. 1.25m. hoog. Afkomstig van zaad verzameld op de berg Sneznik in Slowenie en verder nergens te koop (nog niet, want deze distel wordt misschien ook wel trendy!). Bloeit juni-juli.
Tot het geslacht Carduus behoort de knikkende distel (Carduus nutans), een tweejarige soort van rivierdijken, die enorm prikt en zich ook enorm kan uitzaaien, maar zulke grote bloemen heeft en zoveel vlinders trekt dat het toch een prima tuinplant is. Tot 1.50 hoog, bloei juni-juli. (Tussen haakjes: distels prikken misschien wel vervelend, maar niemand haalt zich er tot bloedens toe aan open en ze zijn ook bijna nooit ziek, zoals rozen, die zich toch altijd nog in een verbazingwekkende populariteit mogen verheugen.)
De Berkheya in de collectie is een buitenbeentje. Afkomstig uit Zimbabwe (de tweede naam is niet bekend) en dus niet winterhard, blijkt het een gemakkelijke potplant, die binnenshuis, op een koele plaats en met slechts een drupje water gemakkelijk is over te houden, om 's zomers met volop water en warmte buiten rijk te bloeien. De plant heeft flink wat stekels, maar bloeit betrouwbaar met grote witte bloemen met een geel hart (zie foto) en vertakt zich zo goed, dat ze na een paar jaar gescheurd moet worden. Heel bijzonder!
Tenslotte een plant die helemaal geen distel is, maar er wel op lijkt: de donzige klis (Arctium tomentosum). Grootte: van 1m.  hoog en breed op arme grond tot wel 3m. hoog en breed op zeer vruchtbare (klei)grond. Tweejarig en zich flink uitzaaiend; kan dus behoorlijk lastig zijn, maar overladen met zulke verpletterend mooie witwollige kelken dat iedereen er voor valt en de vervelende kanten voor lief neemt.
Cirsium erisithales
Cirsium heterophyllum in bloemenwei
Carduus nutans
Berkheya coll. Zimbabwe
Arctium tomentosum
De inheemse heemst (Althaea officinalis) is een aardige hoge borderplant (op goede tuingrond tot 2 meter hoog), maar ook niet meer dan dat. Stevig en met mooi grijzig driehoekig blad, maar de wittige bloemen zijn eigenlijk een beetje te onopvallend en zijn er maar even. Een paar jaar geleden dook in de voormalige DDR een vooroorlogse cultivar op, die wat lager blijft en lang doorbloeit met bijzonder fraaie, halfgevulde bleekgele bloemen en een al even fraaie naam: Althaea 'Parkallee'. En bijna vergeten plant dus, maar met een grote toekomst.
Althaea 'Parkallee'
Asters kent iedereen, maar behalve de hoge Aster novi-angliae cultivars, waarvan er een paar heel mooie zijn ('Violetta', 'Septemberrubin') en de rest eigenlijk niet om aan te zien (vuilpaars meestal, of vies roze) en de lage Aster 'Prof. Anton Kippenberg', die niet alleen zijn naam maar ook zijn uiterlijk tegen heeft  (te laag, te paars en veel te rijk bloeiend) gedragen de meeste soorten zich onbetrouwbaar. Dat geldt niet voor Aster macrophyllus 'Twilight', die van juli tot september rijk (maar niet te rijk) bloeit met blauwpaarse bloemen in brede schermen en een prettig middenmaatje aanhoudt: 90 cm. Woekert een klein beetje, maar niet problematisch en verdraagt ook wat schaduw. Een topper!
Aster macrophyllus 'Twilight'
Wolfsmelksoorten (Euphorbia) zijn bijna allemaal even mooi, en er zijn er wel 2000, waaronder veel tropische.
De soorten die bij ons betrouwbaar vast zijn, bloeien echter allemaal in het voorjaar. De vele zomerbloeiende soorten uit de Himalaya vallen allemaal zomaar weg. Behalve Euphorbia oblongata (of obvallata; de naam is niet helemaal zeker), die al jarenlang in de Priona tuinen floreert en zich prettig zaait. 1.25 meter hoog, onafgebroken bloeiend vanaf eind mei tot in september en daarna ook nog getooid met een fraaie herfstkleur.
Op de foto te zien voor de al even lang bloeiende reus Persicaria polymorpha, die uiteraard ook tot het sortiment behoort.
Euphorbia oblongata voor Persicaria polymorpha
Wat minder gangbare siergrassen zijn in ruime mate voorradig, inclusief de grootste ontdekking van de laatste jaren: Molinia altissima 'Windsaule'. De enige die gegarandeerd niet omvalt, zelfs niet bij windkracht 10, met opgaande halmen tot 2.50 m. hoog. Pas 's winters valt hij om, net als alle andere Molinia altissima-cultivars.
Effectief vanaf begin juli tot in november, met een fabuleuze herfstkleur (zie foto). Te gebruiken als solitair of voorin de border, tussen lagere planten.
Molinia altissima 'Windsaule'
ANDERE RARITEITEN
Drie jaar geleden kwam er wat zaad mee uit Frankrijk van een volkomen onbekende Teunisbloem, die in Chili in het wild voorkomt: een rijk vertakkende, struikachtige plant, ca. 50 cm. hoog, die van mei tot in september doorbloeit met grote, zeer bleekgele bloemen die naar abrikoos verkleuren: Oenothera stricta var. sulphurea. Een tweejarige soort, die zich in de korte tijd dat hij hier is enthousiast heeft uitgezaaid op zeer doorlatende plekken: tussen grind en stenen. Gewone tuingrond is hem, vooral 's winters, te nat. De plant is in containers lastig over te houden, zodat hij meestal alleen midden in de zomer verkoopbaar is. Op de foto samen met de al even onbekende (en moeilijk te verkrijgen) citroenkleurige Allium obliquum. Planten zijn op de kwekerij in ruime mate voorradig, maar nog te klein om te verkopen; ze groeien langzaam. Misschien in 2007?
Oenothera stricta var. sulphurea met Allium obliquum
Verbesina alternifolia, een wilde soort van de Noord Amerikaanse "Tall grass prairie" staat al zeker 10 jaar in de Priona Tuinen, en in de loop der tijd hebben heel wat kwekers stekjes meegenomen van deze wonderbaarlijke plant, die met zijn 2.25 hoge, gevleugelde stengels nooit omvalt, overal even goed groeit, of de grond nu rijk of arm is, en -heel charmant- altijd een paar straalbloemen aan haar in augustus-september gedragen margrietjes lijkt te missen. Maar het grote publiek wil hem niet, en dus houden andere kwekers er weer mee op. Een dijk van een plant, die desondanks altijd exclusief zal blijven.
Verbesina alternifolia
Er is nog wel meer bijzonders in voorraad, waarvan t.z.t. op deze website beschrijvingen zullen verschijnen. Wat te denken van een azuurblauwe, hoge smeerwortel (Symphytum caucasicum)die absoluut niet woekert, maar wel stand weet te houden tussen brandnetels of in grasland? De zoetgeurende, herfstbloeiende klimplant Apios americanum die zich onopvallend tussen andere klimplanten verstopt, maar ieders aandacht trekt wanneer hij bloeit? Of de geweldige vlinderlokker Succisella inflexa, al jaren met afstand de best verkopende plant in de Priona Tuinen, die andere kwekers om volstrekt onbegrijpelijke redenen weigeren in hun sortiment op te nemen. Reden genoeg om deze website te blijven bezoeken en vooral om de Priona Tuinen en kwekerij Vleugels eens met een bezoek te vereren.  
Menu
Catalogus
kwekerij@prionatuinen.com