Beschrijving tuinen
Beschrijving tuinen
De Priona tuinen zijn vanaf 1978 door Henk Gerritsen en Anton Schlepers aangelegd rond Antons ouderlijk huis in Schuinesloot. Anton is in 1993 overleden.

DE NAAM PRIONA

In het dorp Schuinesloot had vroeger iedere familie een bijnaam. Omdat die meestal weinig flatteus was, verzon Antons vader zijn eigen bijnaam: Priona.
RONDLEIDING DOOR DE TUINEN

Direct na binnenkomst bevindt u zich in het hart van de tuin. Een open ruimte voor het woonhuis(A), waarop drie enorme eiken staan. De grootste daarvan is waarschijnlijk meer dan 200 jaar oud en heeft model gestaan voor  het logo van de Priona tuinen.
De ruimte van het gazon, dat in de lente schuil gaat onder een zee van sneeuwklokjes, madeliefjes en pinksterbloemen, wordt gebroken door een buxusgroep(E), die sterk doet denken aan een groep kippen-met-eieren, die van het aangrenzende kippenhok(D) vandaan loopt. Al blijken sommige kippen bij nadere beschouwing geen kop te hebben en zijn de eieren wel érg groot? Met een beetje geluk kunt u 's zomers voor de garage(C) de bloeistengels van de klimopbremraap (Orobanche hederae) ontdekken.
                              U gaat linksaf, voor het huis langs, naar de (1) Keientuin (1978). De bomen en coniferen in deze tuin waren alle voor 1978 aanwezig, alleen de Corylopsis pauciflora is door ons geplant. Een lelijke geelbonte conifeer is in schroefvorm gesnoeid. Vrijwel alle veldkeien, die in de tuin zijn gevonden, zijn hier bijeengebracht. Inmiddels zijn de meeste verdwenen onder een dikke humuslaag: een ideaal milieu voor veel schaduwplanten. De meeste daarvan bloeien tussen maart en juni. Wijlen prof. Victor Westhoff  riep ooit bij het aanschouwen van deze  tuin uit: "Dit lijkt wel een eiken-haagbeukenbos".
                            Achter het huis begint de (2) Hemelsleuteltuin (1979), genoemd naar de wilde hemelsleutel (Sedum telephium), die er in augustus (nooit eerder, nooit later!) bloeit met hoge (en geen platte!) donkerrode bloeischermen. Andere planten die in deze tuin onder moeilijke omstandigheden (schaduw, maar volle zon op het heetst van de dag) gedijen zijn: Meconopsis cambrica, Geranium nodosum, de wilde flox, Phlox paniculata: en Thalictrum delavayi.
Achter de grote eik langs komt u in de (3) Hochstaudenflur (1981, gewijzigd in 1998). Hochstaudenflur is een botanische term, waarmee de plantengemeenschappen van hoogopschietende ruigtkruiden worden aangeduid, die in de montane gebieden van Centraal Europa voorkomen. De grond in deze tuin is bijzonder vruchtbaar, omdat hier vroeger altijd de poepton van de boerderij werd geleegd (!) Omringd door een oerwoudachtige begroeiing van Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), bamboe en alles overwoekerende hop (Humulus lupulus) groeien er o.a. adderwortel (Persicaria bistorta), vaste judaspenning (Lunaria
Vanuit de duisternis van het bos belandt u in het verblindende licht van de (5) Vlindertuin (1983). Oorspronkelijk voornamelijk beplant met vlinderlokkende planten, heeft deze tuin zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een soort alpenweide, die vooral tussen mei en juli uitbundig in bloei staat. Akeleiruit, damastbloem (Hesperis matronalis 'Alba'), jacobsladder (Polemonium coeruleum), blaassilene (Silene vulgaris), Geranium psilostemon, Thalictrum polygamum, betonie (Stachys officinalis), Knautia macedonica en alant
Rondom het theeterras in de (7) Watertuin (1991) ligt een grote vijver met glashelder water, die 's zomers grotendeels dichtgroeit met zuurstofplanten. De opvallendste daarvan is de krabbescheer (Stratiotes aloides). Talloze groene kikkers, kleine watersalamanders, poelslakken, libellen en bloedzuigers bevolken de vijver. Aan de achterkant groeit een brede zoom van het Japans schaafstro (Equisetum japonicum). In de nazomer vallen de witte reuzenbalsemienen (Impatiens glandulifera 'Alba') op, waarvan iedereen zaad mag verzamelen.
Het kip-knipsel op het gazon
Vlak voor het huis is een kleine border met schaduwplanten, waaronder een verzameling Helleborus-soorten.
De Keientuin in mei
Monnikskapboterbloem
rediviva), monnikskapboterbloem (Ranunculus aconitifolius), akeleiruit (Thalictrum aquilegiifolium) en kleine kaardebol (Dipsacus pilosus).
Het pad leidt vervolgens naar een deel van (4) het Bos, gelegen op een stuifheuvel, restant van de stuwwal van Coevorden naar Texel, die tijdens een tussen-ijstijd is ontstaan. 25 Jaar zorgvuldig nietsdoen heeft ertoe geleid dat het -aanvankelijk armetierige- bos zich ontwikkelt tot een eiken-hulstbos, het natuurlijke climaxbos op het Drentse plateau, met een rijke ondergroei van hulst, vuilboom, vogelkers, bramen, stekelvarens en witte klaverzuring (Oxalis acetosella). Sinds een paar jaar heeft de veelbloemige salomonszegel (Polygonatum multiflorum) zich in het bos gevestigd.
Vlindertuin
(Inula helenium) vormen tezamen een kleurig geheel. Later in de zomer zorgen koeienoog (Telekia speciosa), wilde marjolein (Origanum vulgare), zonnekroon (Silphium perfoliatum) en Aster x frikartii 'Mönch' ervoor dat er voor vlinders nog wat te halen valt, al zijn andere delen van de tuin dan aantrekkelijker voor ze.
Voorbij de vlindertuin ligt links het (6) Pottenpleintje met Pergola (1987), waar een collectie kuipplanten staat opgesteld. Over de pergola groeien o.a. blauwe regen, de klimroos 'Bobbie James', klimmend gebroken hartje (Dicentra scandens) en Lathyrus latifolius. Onder de pergola door bereikt u het theehuis(B) en de toiletten.
Kikkers tussen waterlelies en krabbescheer.
Langs een betonvlechtmat begroeid met een druif, Akebia quinata en Apios americanum, die pas opvalt wanneer hij in september bloeit met trosjes zoetgeurende bloemen, bereikt u (8) Achter de Heg (1986). Een cottagetuin waar alles mag: een kas, een raar "vulkaan"knipsel, ouderwetse tuinbloemen en wilde bloemen, alles door elkaar. Deze tuin wordt onderhouden door Pien van de Stadt. Een opvallende plant in deze tuin is een vooroorlogse heemst-cultivar (Althaea 'Parkallee') met half gevulde, roomkleurige bloemen, waarvan na de val van de muur bleek dat hij in Oost Duitsland had overleefd. Over het hek, waarvan de deur altijd open staat, hangt een Italiaanse bosrank (Clematis viticella).
Aan de andere kant van de heg ligt de (9) Grote Border (1988). Een 35 meter lange en 5,5 meter diepe border met grote vaste planten, die weinig onderhoud vraagt. Opvallend zijn de twee reusachtige exemplaren van Persicaria polymorpha, een plant die vanaf eind mei tot half september bloeit. Andere prominente planten zijn Veronicastrum virginum 'Fascination', Eupatorium maculatum 'Album', Helianthus 'Lemon Queen', Campanula lactiflora, Cephalaria gigantea en vooraan grote groepen van de onbekende Succisella inflexa, een Scabiosa-achtige met blauwe bolbloemetjes van augustus tot oktober.
Althaea 'Parkallee' tussen floxen en Erigeron annuus in Achter de Heg
Een gote wolk Persicaria polymorpha in de Grote Border. Links vooraan Hemerocallis citrina, rechts vooraan Thalictrum 'Elin' en Cephalaria gigantea
Tegenover de border is een struikgroep geplant, die de hele zomer boeiend is. Opvallend zijn hier de struikkastanje (Aesculus parviflora), die midden in de zomer bloeit en twee exemplaren van een merkwaardige boom met vervaarlijke stekels op de stam en grote, esdoornachtige bladeren: Kalopanax septemlobus.  Achteraan ligt een baby-reus van Jan Dirk Neuteboom ("Genereus", met een verwijzing naar de enorme omvang van zijn buik), die kennelijk teveel heeft gegeten van de sierappel erachter ( waarschijnlijk Malus baccata 'Gracilis').
Zo bereikt u de (10) Bloemenwei (1988). Een hooiweide waarin langzaam maar zeker steeds meer bloemen verschijnen, dankzij een stug volgehouden maaibeheer. De meeste soorten hebben zich spontaan gevestigd, zoals de alomtegenwoordige veldzuring en het wilgenroosje, een aantal soorten is ooit geplant of gezaaid en breidt zich uit: Cirsium heterophyllum, Symphytum caucasicum, beemdooievaarsbek (Geranium pratense) en het rapunzelklokje (Campanula rapunculus). Na herhaalde vergeefse zaaipogingen kwam in 2001 zowaar
een honderdtal exemplaren van de grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius) op. In maart staat de weide vol met wilde narcissen (Narcissus pseudonarcissus), die lang geleden in het naburige Reestdal (de Schuinesloot, of "Schuinsche Sloot", was voor de veenafgravingen uit de 19e eeuw de bron van de Reest) in het wild voorkwamen. Ze zaaien zich massaal uit!
Tussen een opening in de taxushaag komt u, onder een boog met de klimroos 'Frances E. Lester' door, in (11) Kaatje's tuin (1989-90, vernieuwd in 2000). Een groene tuin, waarvan de naam een hommage is aan Elisabeth ("Kaatje") de Lestrieux,
Grote Ratelaar in de Bloemenwei.
                  met wie Anton in 1989 intensief samenwerkte aan de totstandkoming van het boek "Groen in Geuren en Kleuren". Hoewel formeel van opzet, is de tuin eerder een bespotting van de formele tuin, met het absurde taxus-buxusknipsel in het midden en het bizarre prieel van Jan Dirk Neuteboom uit 1994 erachter. Het is tegelijk een liefhebberstuin, waarin tal van bijzondere wilde planten en siergrassen gedijen. Vooral in het grind, dat in 2000 in de plaats kwam van het oorspronkelijke gazon, zaaien zich de zeldzaamste planten uit.
Kaatjes tuin.
Dat oorspronkelijke gazon is gebruikt voor de opbouw van een halfronde zodenbank, die u passeert wanneer u door de weide naar tuin 12 loopt. In de zodenbank hebben zich spontaan tientallen exemplaren van de mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) gevestigd.
Tuin 12, de All American tuin (1994) is een fantasie, want Henk was nooit in Noord Amerika. Er groeien voornamelijk planten die in daar in het wild voorkomen: lupine en Amsonia tabernaemontana var. salicifolia in het voorjaar, de "Queen of the Prairie" (Filipendula rubra 'Venusta Magnifica') in de zomer en de meeste soorten in de nazomer: o.a. "Joe Pye Weed" (Eupatorium maculatum 'Atropurpureum'), Verbesina alternifolia, Aster umbellatus en Aster 'Twilight'. Het ontwerp van deze tuin, met zijn halfronde hegjes, is een schematisch weergegeven heuvellandschap, zoals in cartoons. Je ziet Lucky Luke tussen de heuvels wegschieten!
De All American tuin begin september met van voor naar achter Silphium spec., Eupatorium maculatum 'Atropurpureum en Verbesina alternifolia.
Via een opening in de rondgeknipte meidoornhaag bereikt u de (13) Kruidentuin (1986, vernieuwd in 2001) met kruiden in bedden, zoals het hoort, in een grillige vorm, zoals het niet hoort (?). De kruiden zijn onweerstaanbaar voor vlinders.
De (14) Groentetuin (1986) ernaast lijkt in niets op een groentetuin, zij het dat de vormgeving traditioneel is: een kruis met een roos in het midden. Toch zijn de meeste planten erin groenten; doorgeschoten groenten: veel pastinaak, die in juni-juli bloeit met groengele schermen , schorseneer, prei, cichorei, boerenkool, radijs, peen, asperge en peterselie.
Toorts en uitgebloeide engelwortel voor een zee van pastinaak in de Groentetuin.
De roos is beplant met sierplanten: veel akelei en Allium hollandicum. Zoals het hoort wordt de groentetuin bewaakt door een vogelverschrikker: La Priona, voor het eerst gemaakt door Anton in 1988 en na zijn dood door verschillende kunstenaars uitgedost. De huidige, metalen versie is van Arnica Bosma.
Ernaast ligt de (15) Papavertuin (1986), die jaarlijks begin oktober wordt omgespit, waarna ieder jaar massaal klaprozen en bolderik (Agrostemma githago) opkomen. Wanneer die na juni zijn uitgebloeid,  doet de groene naaldaar (Setaria viridis), die er al even massaal groeit, het op een graanveldje lijken.
Daar weer naast liggen de (16) Rotstuin en Grassentuin, die in 1996 zijn aangelegd ter vervanging van de Boerenborder, die totaal uit de hand gelopen was. De rotstuin, een pyramide van baksteen en maansteen, is niet met typische rotsplanten, maar met droogteminnende planten beplant. Overheersend zijn cipreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias), gewimperd parelgras (Melica ciliata), lavendel en rode spoorbloem (Centranthus ruber). In de granietbestrating aan de voet heeft de bleekgele Chileense teunisbloem Oenothera stricta var. sulphurea het bijzonder naar de zin.
Na het rustige grassentuintje, waarin een krentenboompje groeit met maretak erop, loopt u tenslotte via een bordertje dat wordt overheerst door de forse Kaukasische smeerwortel (Symphytum caucasicum), naar de (17) Tuin op chic (1983). Een traditionele border met ligusterhaag en "echte" borderplanten: altijd netjes en gemakkelijk in het onderhoud.
Ernaast ligt de plantenwinkel van Michel Vleugels, waarin zowel de meest opvallende als de meest bijzondere planten uit de tuin te koop zijn.    
De Tuin op chic. Achteraan Macleaya cordata, vooraan v.l.n.r. Kalimeris incisa 'Alba', Persicaria amplexicaulis 'Firetail', Daucus carota en Monarda 'Scorpion'.
KLIK OP DE FOTO'S OM TE VERGROTEN !
All American - Klik op foto voor groter !
Kaatje's  tuin - Klik op de foto voor groter !
Althaea 'Parkallee' - Klik op foto voor groter !
Vlindertuin - Klik op foto voor groter !
Keientuin - Klik op foto voor groter !
Monnikskapboterbloem - Klik op foto voor groter !
Vijver - Klik op foto voor groter !
Grote border _ Klik op foto voor groter !
Ratelaar - Klik op foto voor groter !
Groente tuin - Klik op foto voor groter !
Tuin op chic - Klik op foto voor groter !
Kipknipsel - Klik op foto voor groter !
Menu
KLIK HIER VOOR PRINTBARE VERSIE ( 640 pix )
KLIK HIER VOOR PRINTBARE VERSIE ( 640 pix )